PUUR

Een roman over een jonge vrouw op zoek naar haar biologische ouders.

Nieuwsgierig naar het boek? Hieronder plaats ik vrijwel dagelijks een stukje uit het boek. Veel leesplezier en laat ook eens een berichtje achter!


Hoofdstuk 5 - Bangkok (1)

Hoofdstuk 5

‘We zijn er. Essie wakker worden,’ fluisterde ik zachtjes in haar oor.

Esther was in een diepe slaap en of het nu een klein stoeltje was, een bankje, 40 of 15 graden Celsius, ze sliep waar en wanneer ze dat wilde. Ondanks de heerlijke films had ik nauwelijks geslapen. Zo af en toe dommelde ik weg, meestal tijdens een film, maar dan werd ik al snel verschrikt wakker. Keer op keer zag ik weer die vrouw die de afgelopen maanden regelmatig in mijn dromen verscheen. Het was alsof ik in een spiegel van de toekomst keek. Die vrouw leek sprekend op mij, maar was wel een stukje ouder. En het was alsof zij mij wenkte, maar als ik naar haar toe wilde gaan, werd de afstand juist groter. Waarom? Wat wilde mijn droom mij vertellen? Moest ik mijn moeder gaan zoeken of juist niet?

‘Uh, wat is er?’ Esther was wakker geworden en rekte zich nietsvermoedend uit.

‘We zijn er bijna, slaapkop. We gaan zo landen. Dus, rugleuning recht, gordel om etc. Je kent het verhaal toch wel?’ Ik liet haar verder maar met rust, want ze was nog niet aanspreekbaar.

Ik keek uit het raam en zag een enorme stad op ons afkomen. Bangkok! Immens groot.

Bangkok, de hectische metropool en het centrum van het Koninkrijk Thailand. Een stad met variatie en dynamiek, maar ook bekend om de constante verkeerschaos en ernstige (lucht)vervuiling. Een stad met een oppervlakte van 560 vierkante kilometers en meer dan 8 miljoen inwoners! Dit was de stad waar ik ging landen. De hoofdstad van mijn geboorteland.

Na ruim 13 uur vliegen waren we er dan eindelijk. Ik voelde me gebroken en opgelucht. Mijn lijf wilde naar bed, maar mijn hoofd wilde dat ik die eerste ervaring goed in mij zou opnemen. Om nooit meer te vergeten.

De deur van het vliegtuig was open en één voor één mochten we uitstappen. Niet via een sluis, maar gewoon via een trappetje. Het was pas 9 uur in de ochtend, maar die prachtige gouden bal in de knalblauwe hemel zorgde al voor een ongekende warmte. Een klap in je gezicht na zo’n lange vlucht in een koel vliegtuig. Als makke lammetjes liepen we achter alle andere passagiers aan. Via de paspoortcontrole kwamen we bij de bagagebanden waar onze rugzakken als een van de eerste over de band rolden. Dat was een meevaller. Nu de douane nog. Daar was ik wel nieuwsgierig naar. Ik had gelezen dat ze werkelijk alles controleerden, van telefoons tot toilettasjes. Voor ons in de rij werden diverse mensen er uit gehaald voor een grondige inspectie. Wij konden gewoon doorlopen en waren als duo-penotti combinatie toch minder opvallend dan we zelf dachten.

We liepen door de koele hal naar de voorkant van Bangkok International Airport in de hoop daar snel de bushalte richting het centrum te vinden. We hadden een hotel in het hartje van de stad gereserveerd en moesten nog een aardig ritje met de bus. Eenmaal buiten zagen we alleen maar rijen van auto’s, Tuk-Tuks en brommers. Het enige wat we roken waren hun uitlaatgassen. Esther tikte een beetje belerend op mijn schouder.

‘Zei jij niet dat je Thailand wilde ruiken?’

Met mijn hand voor mijn mond geklemd tegen de stank keek ik haar aan. Ik moest er bijna van hoesten. Ja, dat had ik inderdaad gezegd, maar dit was niet echt wat ik bedoelde.

‘Ik geloof dat ik die woorden weer terug neem. De meeste mensen rijden hier met een monddoekje voor. Dan moet het wel heel erg zijn.’

‘Ja, maar wat zou jij doen als je hier iedere dag doorheen moest. Dan zou je dat ook wel doen. Kom, laten we naar de bus gaan, anders missen we hem nog en dan staan we nog langer in die stank. Hopelijk is het in het centrum wat beter.’

We vonden snel een bus naar het centrum en waren blij dat we weer konden zitten. Maar hoe lang het nog zou duren? Het was file rijden. Alle acht rijen stonden vast. Na een kwartiertje kwam er weer wat beweging in de massa en dat zorgde voor een waar rookgordijn. Het leek wel of alle vervoersmiddelen tegelijkertijd gas gaven. De beweging was van korte duur. Na een tiental meters stond alles weer stil. Hier was ik niet op voorbereid. Ik wist wel van de drukte en de luchtvervuiling, maar dat het zo erg was? Nee, dit had ik allemaal niet verwacht. Wat een rotzooi en viezigheid. Dit was niet het beeld van Bangkok dat ik mij, op basis van de boeken en verhalen van mijn ouders, had gevormd. Het was niet anders dan een grote bouwput. Overal waar je keek zag je bouwvakkers, flats in aanbouw en lagen de straten open. Het deed allemaal nogal grauw aan. Verderop zag je alleen wat krottenwoningen.

‘Wat zit jij vies te kijken? Vind je je geboorteland niet zo mooi?’

‘Ik had me er inderdaad wat anders bij voorgesteld. Ik wist wel dat Bangkok een drukke stad is, maar zo druk. En zo grauw. Ik weet het niet, ik had een heel ander beeld. Als Tinie dit eens wist, dit is niet zoals zij het heeft ervaren. Dat weet ik zeker,’ zuchtte ik diep.

‘Ik denk dat het aantal mensen dat hier woont misschien een beetje te veel is voor de stad zelf. Vertelde jij daarnet niet dat er zo’n 8 miljoen mensen wonen? In Nederland wonen er in totaal zo’n 16 miljoen. Dat is nogal een verschil hè?’

Ze had gelijk. Ik liet me weer eens overdonderen door de eerste indrukken. Ik had kunnen weten dat het zo zou zijn. My mind was playing games. Al die boeken die ik gelezen had. Ik wist ook dat Bangkok niet exotisch en landelijk zou zijn. Het was een stad, een wereldstad en daar hoorde een ander straatbeeld bij. Geen kleine marktjes langs de kant van de weg waar lieve vrouwtjes hun waren wilden verkopen. Nee, bij een wereldstad als deze hoorde opengebroken straten, drukte, verkeer en viezigheid. Een echte wereldstad, toch?

Ik besloot er niet te veel over na te denken en al snel veranderde het straatbeeld. De krottenwijken maakten plaats voor betere straten, tempels, Boeddha’s, verzorgde woningen en de mengeling van modern met traditioneel. De Aziatische sferen die ik in mijn hoofd gevormd had, begonnen nu pas echt vorm te krijgen. Zelfs de geur was anders en beter.

‘Zie je nu wel. Hier valt het erg mee,’ sprak Esther mij bemoedigend toe.

En ja, mijn hartje ging sneller kloppen bij het zien van al dit moois. Dit was mijn Bangkok!

Hoofdstuk 1 t/m 3

Heb je de eerste drie Hoofdstukken gemist? Geen probleem, deze kun je hieronder nalezen!

- Hoofdstuk 1

- Hoofdstuk 2

- Hoofdstuk 3