PUUR

Een roman over een jonge vrouw op zoek naar haar biologische ouders.

Nieuwsgierig naar het boek? Hieronder plaats ik vrijwel dagelijks een stukje uit het boek. Veel leesplezier en laat ook eens een berichtje achter!


Hoofdstuk 4 - Naar Thailand (2)

Dat mijn plan niet direct met veel enthousiasme werd ontvangen, verbaasde mij niet. Mijn vader was altijd al voorzichtig ingesteld en zeker als het om zijn kinderen ging. Hij stelde dan ook voor om twee jaar te wachten. Dan had Annelies ook haar eindexamen achter de rug en dan zouden we met z’n allen een hele lange reis kunnen maken. Dit wilde ik niet horen. Ik had lang genoeg gewacht, ik wilde nu. De afgelopen tijd had ik verschillende boeken over Thailand gelezen en wilde het nu zelf ervaren. Mijn moeder was vooral bang dat het op een grote teleurstelling zou uitdraaien, maar ze stond wel achter mijn beslissing en hield mij niet tegen. En mijn zusje? Die vond het gewoon vet, cool en gaaf. Daarnaast had ik inmiddels de meerderjarige leeftijd bereikt. Niemand kon mij tegenhouden.

Naarmate het vertrek dichterbij kwam, voelde ik de spanning toenemen. Na al die tijd, na al die dromen en vooral nachtmerries, ging ik terug naar het land waar ik geboren was. Zou het er zo uitzien als in mijn dromen? Ik sloot mijn ogen en zag een prachtig heuvelachtig landschap gevuld met uitgestrekte rijstvelden. Ik zag ook tropische eilandjes met mooie witte stranden en vooral veel kunst met overal Boeddha ’s en tempels. En de mensen? In mijn dromen waren ze klein, vriendelijk en lachten ze altijd. Soms waren mijn dromen zo echt dat ik de mensen bijna kon aanraken. Of idealiseerde ik het allemaal en was de werkelijkheid heel anders. Heel Westers misschien? Ik hoopte het niet, want de gedachte gaf mij rillingen. Ik wilde mijn land écht kunnen ruiken, kunnen voelen, kunnen zien, horen. Ik wilde alles opsnuiven. Ik wilde...

‘Hé Tam, waar zit je met je gedachten! We moeten naar de gate!’

‘Wat?’ Ik opende mijn ogen en realiseerde me dat ik nog op een bankje in de duty-free zone bevond. Esthers blauwe ogen keken mij vragend aan. Alhoewel het mijn beste vriendin was, ging ik toch liever alleen naar Thailand. Maar om mijn ouders een plezier te doen en gerust te stellen, was ik overeengekomen dat ik niet alleen zou gaan. Esther was al opgestaan en stond ongeduldig te wachten.

‘Ja, ik kom. Maak je niet druk,’ mompelde ik terwijl ik mijn spullen bij elkaar pakte. Nog een paar stappen en ik zat in het vliegtuig naar Bangkok. Nog ongeveer 14 uur en dan zou ik voor het eerst sinds 16 jaar weer op Thaise bodem kunnen stappen. Het drong eindelijk tot me door. Snel pakte ik mijn rugzakje en liep naar de gate.

‘Stoel 13A. Aha, dat is hier. Eens kijken……Dat valt niet tegen,’ mompelde Esther bij het zien van onze zitplaatsen. ‘Dat valt zeker niet tegen. Deze stoelen zien er niet slecht uit. Aardig wat beenruimte, leuk beeldscherm. Dat moet lukken,’ voegde ze er aan toe. Voor iemand als Esther, met lange benen, was een goede zitplaats van het grootste belang. Daar keek ze dan ook als eerste naar. En ze had gelijk, dit waren zeer goede plekken en waarschijnlijk bleven de stoelen naast ons ook nog vrij, want er kwamen weinig mensen na ons aan boord. We namen plaats en zochten onze spullen voor onderweg bij elkaar. Netjes ingesnoerd zaten we als brave schoolmeisjes te wachten totdat het vliegtuig ‘ready for take-off’ was. De stewardessen liepen nog langs om alles te checken en gaven ons een zeer vriendelijke glimlach. Vooral Esther was onder de indruk van deze prachtige dames.

‘Wat denk jij Tam, is dat nu een spontane lach of een die aangeleerd is? Een die vanuit de opleiding er opgeplakt is en er niet meer vanaf kan?’

‘Nee, dit zit in de Thaise genen. Ik lach toch ook veel, of niet soms?’

Ik zei het op zo’n serieuze toon dat ze eerst niet goed wist wat ze met mijn reactie aan moest.

‘Ahum, jij?’ vroeg ze verbaasd.

Ik proestte het uit. Ze keek mij zo verbaasd aan. Maar of ik er met mijn grapje nu echt zo ver naast zat. Ik had er net in de Lonely Planet over gelezen.

‘Wist je dat Thailand vroeger Siam heette?’ vroeg ik haar.

‘Nee, en had dat nog een betekenis?’ vroeg ze terwijl ze een beetje onderuit zakte om mijn verhaal verder aan te horen.

‘Siam staat voor ‘land van vrije mensen’. En daarnaast is de bijnaam ‘Land van de glimlach’.’

‘Tja, dat zou hun glimlach misschien wel verklaren. Lachende vrije mensen. Ja, dat zou wel in de genen kunnen zitten…’

Terwijl Esther doorkletste, zat ik met mijn gedachten ergens anders. Zou mijn Thaise moeder ook veel lachen? Hád ze wel wat om te lachen? Ze had mij te vondeling gelegd en dat was niet echt iets om te lachen. Maar toch, was haar leven nu beter? Was haar leven zonder mij beter geworden? Of had ze spijt? Waarom had ze mij weg gedaan? Ja, weg gedaan! Zo voelde het gewoon. Soms, heel soms kon ik mijzelf wel voor mijn hoofd slaan als ik weer eens op die manier zat te denken. Ze moest wel een goede reden hebben gehad om mij direct na de geboorte te vondeling te leggen. Direct na de geboorte! Ik was nog niet eens schoon gemaakt. Zelfs mijn navelstreng hing er nog bij. Het leek allemaal zo primitief. Wie deed nou zoiets? Ja, zij, mijn échte, mijn biologische Thaise moeder. Had ze soms haast gehad? Ze had mij niet eens een naam gegeven, anders stond die toch wel op het briefje? Waarom? Waarom? De vragen schoten door mijn hoofd.

Hoofdstuk 1 t/m 3

Heb je de eerste drie Hoofdstukken gemist? Geen probleem, deze kun je hieronder nalezen!

- Hoofdstuk 1

- Hoofdstuk 2

- Hoofdstuk 3